60-jaar BWP Gewest Moerbeke

Afbeelding
60 jaar BWP Moerbeke

Het BWP-gewest Moerbeke viert feest! Zestig jaren lijken een lange periode, maar in feite is alles heel snel gegaan als je ziet wat er allemaal gepresteerd en bereikt werd.

Het opstarten van dit gewest kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Inderdaad, er was al een aantal jaren een evolutie aan de gang in het kweken, houden en gebruiken van paarden. Dit werd ondersteund enerzijds door het inrichten van rijverenigingen en anderzijds het oprichten van BWP (Belgisch warmbloed paard) dat staat voor het fokken en veredelen van paarden. Dit is ondertussen een wereldbekend stamboek.

 

Historiek

Om dit gebeuren in zijn historische context te situeren is het nuttig om kort aan te geven hoe alles tot stand is gekomen.
Vroeger waren vooral trek- en strijdpaarden, ook  uit onze streek, populair. Ze konden op veel belangstelling rekenen van onder meer Julius Caesar en keizer Nero.
Er waren voor het opstarten van het BWP  een aantal, vaak oude, stamboeken in de buurlanden actief. Het waren vooral militaire belangen die dit stimuleerden.
In België was de paardenfokkerij en handel in paarden een bron van inkomsten. Het Belgisch trekpaard speelde hierbij een prominente rol. Heel wat paarden werden ingezet voor het werk op het platteland, in de steden, in de havens en in de mijnen. Het Belgisch leger en ook de rijkswacht moesten vaak in het buitenland op zoek naar geschikte paarden.

Kanunnik De Mey nam in 1937 het initiatief om de Landelijke Ruiterij  Vereniging (LRV)  in Boezinge  op te starten. Gedurende de WO werden vele paarden opgeëist door de Duitsers. Zo getuigde Alouis Dieleman dat hij zijn paarden tijdens die periode verborg over de Nederlandse grens.

Vanaf 1946  werd er begonnen met cursussen in rij- en paardenkunde, eerst in Kortrijk, later in de ruiterschool van Oud-Heverlee. LRV telde in 1947 al 44 verenigingen.

De  LRV  begon de vele lokale fokkerij-initiatieven te kanaliseren en te centraliseren, want ook de alsmaar beter geoefende ruiters (+/- 2000 LRV ruiters) waren vragende partij voor een lichter paard. Daar waar in het begin deelname belangrijker was dan winnen, veranderde dit rond 1950. Alles werd stilaan meer competitief. De deelnemende ruiters reden meestal met de koets naar de tornooien en bleven vaak ergens bij een boer overnachten.

Eigenaardig genoeg bleef het tot het jaar 1954 verboden om landbouwrijpaarden te veredelen en om aldus rijpaarden  te fokken waarmee ook in het weekend kon worden gereden.
Dit verbod werd in 1954 opgeheven en op 28 maart 1955 werd de Nationale Fokvereniging van het Landbouwrijpaard opgericht, alweer  op initiatief van kanunnik De Mey. Daniel Van de Sompele was medeoprichter en dus ook een man van het eerste uur.  Niemand geloofde dat het hen zou lukken. Dit nieuwe stamboek werd in 1958 wettelijk erkend en in het Belgisch staatsblad ingeschreven onder de naam Nationale Fokvereniging van het Landbouwrijpaard.
De toenmalige doelstellingen waren:
- aan de landbouwers een economisch verantwoord werk- en rijpaard te bezorgen. Immers de drastische inkrimping en veroudering van de Belgische paardenstapel kan de trekkrachtvoorziening in onze bedrijven ernstig verstoren, want op de meeste bedrijven is een doorgedreven motorisatie economisch nog altijd niet verantwoord;
- de ruiterij te bevorderen, een vrije tijdsbesteding op sociaal vlak bij uitstek voor onze landelijke jeugd.
.
Zo werd het BWP geboren.

 

Start werking BWP

De eerste warmbloedpaardprijskampen dateren van 1955 en in 1956 verscheen voor het eerst ‘Het tijdschrift van het stamboek’.

Veel aandacht ging uit naar het fokken van een geschikt rijpaard.
In de beginjaren voldeden de zware boerenpaarden nog voor de ruiterij maar gaandeweg werden die op het bedrijf vervangen door tractoren. Beweeglijke en lichtere paarden boden  nog wel een meerwaarde voor het minder zware werk en ook voor de landelijke ruiterij bood dat perspectieven. Steeds meer ingeschreven paarden werden als recreatie- en/of sportpaard verkocht.

Er werden steeds meer keuringen/prijskampen georganiseerd. Het eerste nationaal ruitertornooi in 1958 (expo-jaar) in het Terkamerenbos kende heel wat succes en ook internationale bijval.

De ruiterschool in Oud-Heverlee dateert van 1959 en was voor vele LRV ruiters, ook uit het Gewest Moerbeke, de plaats om opgeleid te worden en om eventueel het brevet van instructeur te behalen. .

Ondertussen werd ook een centraal register van de paarden zijnde het stamboek BWP aangelegd. “Wilde“ merries werden eerst ingeschreven in het hulpstamboek. 

In 1960 werd begonnen met de bedrijfsproeven voor hengsten. De paarden werden gekeurd op exterieur, maar moesten ook een trekproef, dressuurproef en springproef afleggen. De bedrijfsproeven werden later (in 1967) vervangen door zadelproeven.

Veredelen van paarden was makkelijker gezegd dan gedaan. Initieel moest men buiten onze grenzen op zoek naar het beste genetisch materiaal om te komen tot een beter en stilaan superieur sportpaard. Onze hengstenhouders hadden hierin een groot aandeel, vaak via het nemen van financiële risico’s.
Vanaf 1975 werden er naast gewestelijke prijskampen voor merries ook een nationale keuring voor jonge hengsten georganiseerd.

Eerst werden er ter veredeling vooral veel hengsten en fokmerries uit Gelderland geïmporteerd. Maar al gauw richtten de fokkers hun blik op Normandië en het Selle Français paard. Ook hengsten uit Hannover en later Holstein kwamen de Belgische fokkerij verrijken. Deze oprichtingen hadden een lange traditie uitgebouwd en hadden veel ervaring in het fokken van rijpaarden. 
Uit Frankrijk kwamen er initieel vooral zonen van Ibrahim,  uit Hannover eerst Flügel en later Lugano. Af en toe werd ook een volbloed ingezet voor de fokkerij. Door deze mix kwam er een outcross tot stand die het BWP zo succesvol gemaakt heeft en die nog steeds de basis vormt van de Belgische warmbloedfokkers.
Maar niet alleen de hengsten speelden hierbij een grote rol, het blijkt meer en meer dat de merries met hun origine ook super belangrijk zijn.

Midden de jaren ’70 stond het Belgisch warmbloedpaard op de wereldkaart. Men mag dus gerust stellen dat het BWP een jong, maar zeer succesvol paardenras is dat ontstond uit kruisingen van diverse andere Europese paardenrassen en kruisingen met eigen gekweekte paarden.
Vanaf 1972 werd er jaarlijks een veulen kampioenschap voor hengsten en merries ingericht.
Sedert 1978 kocht de Rijkswacht (nu de politie) Belgische paarden en dus ook BWP paarden.

Om de verkoop van paarden te ondersteunen feliciteert de Belgian warmbloodbred promoting association (BWPA) het internationaal verhandelen van paarden.
 

De eerste veiling van warmbloedpaarden te Mechelen dateert al van 1986. Sindsdien worden er steeds meer veilingen van paarden en veulens georganiseerd.

Veel beloftevolle Belgische sportpaarden worden eerst in LRV gereden. Zo doen zij de nodige ervaring op en kunnen ze hun kwaliteiten illustreren. Dit laatste blijft moeilijk want heel wat toppaarden zijn niet altijd de makkelijkste om te rijden en tonen maar op latere leeftijd dat zij geschikt zijn om topprestaties te leveren.

In 1976 werd het doel van de NFWP herleid tot “het fokken van een paard dat beantwoordt aan de veelzijdigheid van de ruiterij en aan de eisen van het landbouwwerk".
Deze doelstelling moest bereikt worden door de bevordering van de fokkerij door de organisatie van een stamboek, door het inrichten van prijskampen en keuringen en door "wetenschappelijke studie van het type en zijn prestaties”
.

Elk paard dat bij BWP geregistreerd werd, kreeg zogenaamde BWP-papieren en een paspoort. In 1997 werd een nieuw model van paspoort bij registratie van veulen of paard ingevoerd, dit gekoppeld aan een exterieurkeuring. Vanaf 1989 werden de veulens gebrandmerkt, maar dit is ondertussen alweer afgeschaft.
Ondertussen gebeurt de registratie van veulens in toepassing van EU-richtlijnen (Animal health law)  bij de Belgische Confederatie van het Paard.

Er werden jaarlijks zo'n 4000 veulens geboren.

Eveneens in 1997 vermeldde ”Het Belgisch warmbloedpaard” dat men gezonde prestatiepaarden wilde fokken met een correct en functioneel exterieur. Paard, voorsteller en monsterknecht moesten tip top in orde zijn. Merries konden in voorkomend geval al het exterieurlabel krijgen.
Via provinciale wedstrijden kon men aan de nationale keuring deelnemen. Er werd ook steeds meer aandacht besteed aan selectie en begeleiding van juryleden.   De paarden moesten meer en meer rijklaar zijn om te verkopen.

Er werden voor de BWP- merries elitepredikaten  (E=exterieur, P= prestatie,  en G= gezondheid) ingesteld en prijsindexen voor BWP hengsten.

Daar waar vroeger de hengstenboer met zijn hengsten rondtrok, gebruikt men nu kunstmatige inseminatie en embryotransplantatie. Men zet ook meer en meer in op het gebruik van draagmerries.

Naast het centrale BWP bestuur werden er ondertussen provinciale- en gewest besturen ingericht, alsook verschillende commissies: (stamboek, promotie, pony)

 

België, ons paardenland

België staat dus niet alleen bekend om zijn chocolade, bier, diamant  en duiven. Wie veel geld heeft en een toppaard wil kopen, vindt in ons land ook het beste van het beste bij aankoop van springpaarden. Het is geen toeval dat een kwart van de paarden die de Olympische jumpingfinale haalden uit België komt.

Springruiters en paardenfokkerijen tasten diep in de buidel voor een Belgisch paard. Zo kwamen oa. dochters van Steve Jobs, Bill Gates en Bruce Springsteen al in ons land shoppen. De meeste springpaarden kosten tussen de 20.000 en 200.000 euro. De duurste veranderen voor meer dan tien miljoen euro van eigenaar.

Maar het succes van het Belgische paard komt niet uit de lucht vallen. Het is het resultaat van jaren  werk en een kwestie van oog hebben voor goede genen.
Een goed voorbeeld is de geschiedenis van het Belgische warmbloedpaard. De drie stamvaders, Flügel, Lugano en Codex, boekten al successen tijdens de Olympische Spelen van Montreal in 1976. Een van hun nakomelingen is de legendarische Darco (1980-2006). Dit paard werd na zijn rijke sportieve carrière fulltime dekhengst en zorgde voor duizenden nazaten. En niet de minste, want een vijftigtal van hen belandde in de top vijfhonderd van de beste springpaarden ter wereld. Darco kreeg na zijn dood in 2006 zelfs een standbeeld in Peer. 

 

 

En wat met het jarige Gewest Moerbeke?

De bakermat van het succes van Belgische sportpaarden ligt voor een deel in het Gewest Moerbeke-Waas dat in 1963 werd opgericht.
Het omvat de gemeenten Moerbeke , Zelzate, Sint-Kruis-Winkel, Mendonk, Desteldonk, Oostakker, Lochristi, Zeveneken, Destelbergen, Laarne, Wetteren, Kalken, Sinaai, Zaffelare, Overmere, Schellebelle, Berlare, Lokeren, Eksaarde, Wachtebeke, Stekene, Sint-Pauwels, Waasmunster, Kemzeke en Daknam.

De stichters waren : August Plasschaert, Ward Cerpentier, Albert Van de Velde, Charles Declercq en Alois Dieleman.
Brouwer August Plasschaert fungeerde van bij aanvang als voorzitter.
Het Gewest werd in 1967 officieel boven de doopvont gehouden.

In 1963 werd er al voor de eerste keer een prijskamp georganiseerd op het terrein van Raymond  Clauwaert (Damstraat te Moerbeke-Waas), maar de initiële datum (26 augustus 1963) werd op vraag van secretaris van het NFLR kanunnik De Mey verschoven naar  28 augustus 1963 om de reden dat er op die datum een wedstrijd in Pittem was.
De gemeente sponsorde het evenement met 10.000 BFr. , wat het totale bedrag van de geldprijzen op 20.000 BFr. bracht.

Er waren toen ook prijskampen in:
- Antwerpen: Oud-Turnhout, Broechem en Loenhout
- Brabant; Opwijk en Tienen
- Limburg: Bocholt, Beverst, Lummen
- Luik: Spa
- West-Vlaanderen: Geluwe, Ichtegem, Pittem, Oost-Vleteren
- Oost-Vlaanderen: Lembeke, Huise-Lozer, Temse en voor de eerste keer ook Moerbeke.

Het aantal deelnemende paarden aan al deze prijskampen bedroeg dat jaar 1006, waarvan 31 in het Gewest Moerbeke-Waas. Er werden hier zelfs, en dit mag eigenlijk niet geweten zijn, twee ruinen van foorreizigers met een prijs bekroond.

Paarden moesten toen aan de volgende voorwaarden voldoen:
- bekwaam zijn voor alle werk;
- economisch zijn door zijn sobere voedingsbehoefte;
- vlug zijn in het werk en aangepast aan de eis van deze tijd;
- onvermoeibaar zijn door zijn groot uithoudingsvermogen;
- vruchtbaar zijn en een hoge leeftijd bereiken;
- weerstand biedend zijn tegen veulenziekte;
- geschikt zijn voor elke prestatie der landelijke ruiterij
.


De leden van het eerste gewestbestuur waren: August Plasschaert, Alois Dieleman, Herman Tollenaere, August Smet, Roger  Van de Vijver, Charles De Clercq en Albert Van Hecke.

De keuringen verhuisden in 1964 van de Damstraat naar het ‘Hospice’ (Opperstraat), in 1970 naar de Lindenplaats, in 1976 naar het zogenaamde Schuttershof in de Drongendreef en in 2014 naar het oefenterrein van LRV Moerbeke op de Pereboom.

August Plasschaert werd in 1975 gehuldigd. Herman Tollenaere nam toen de fakkel van voorzitter over. Herman Tollenaere en Willy Van de Vijver werden gedurende vele jaren ook respectievelijk voorzitter en lid van de nationale hengstenjury.

De meeste leden-fokkers waren ook ruiters bij het LRV en namen frequent deel aan tornooien, zowel individueel als in groep en met het opzetten van piramides te paard.
Zij namen ook deel aan processies en andere evenementen, getuige het feit dat de ruiters van Sint-Isidoor Moerbeke in 1976 met een zeer gewaardeerd gespan deelnamen aan de cavalcade in Moerbeke.

Er zijn in het BWP gewest Moerbeke nog altijd meerdere LRV rijverenigingen actief.

 

Opnieuw een sterke voorzitter

Willy Cortvriendt werd in 2005 voorzitter van het Gewest Moerbeke en is dit tot op heden. Om de vijf jaar wordt een nieuw gewestbestuur gekozen, dit leidde recent nog tot  verjonging van het bestuur.

Cécile Dhollander en Willy Vandevijver verzekerden gedurende vele jaren het secretariaat van de vereniging.

In 2014 telde het BWP Gewest Moerbeke 245 leden, waarvan 227 als bezitter van paarden. Het Gewest besteedt altijd  veel aandacht aan de fokkers o.m. door het eren van verdienstelijke fokkers op het jaarlijkse gewestfeest, waarbij winnaars van onze prijskamp, fokkers van gekeurde hengsten, van succesvolle sportpaarden, van elite merries  en ambassadeur paarden.
Ook wordt  er jaarlijks een evenement vrij springen georganiseerd. Dit is geen competitie, maar juist een oefening vrij springen, wat sterk geapprecieerd wordt door de fokkers. Daarnaast gaat er telkens veel aandacht naar de zo noodzakelijke sponsors en vrijwilligers.

Er wonen in het Gewest opvallend veel fokkers van kwaliteitsvolle paarden. Dit is  mede ook het gevolg van de aanwezigheid van enkele gerenommeerde hengstenhouders  die over hoogstaande kwaliteitshengsten beschikken.
Ook onder de dressuurpaarden zijn er kampioenen en goedgekeurde hengsten.

Het Gewest staat aldus bekend om de wereldpaarden die er gefokt werden. Voorbeelden hiervan zijn Mumbai VD Moerhoeve, Gazelle Ter Elzen, Killer Queen VDM.  Maar we denken ook aan Kontador, Kiana van herdershof, Nikolay de Music, Jarpur, Just the Music, Igor, Masserati Van Oost, Mikado van de Abelendreef, Idarquithage, Jorden Van De Kruishoeve, Humberto, Igor en nog vele andere.

Moerbeke gaat voluit door!

Vanaf 2017 begon het aantal prijskampen in Vlaanderen af te nemen. De provinciale keuringen werden afgeschaft. Maar Moerbeke hield vol met een nog steeds massaal bijgewoonde keuring.

Zo was de prijskamp van 2022 opnieuw een hoogdag van de paardensport; dit vooral door de inzet van voorzitter Willy Cortvriendt, zijn gedroomde compagnon Peter Moorthamers, de andere bestuursleden en 60-tal vrijwilligers.  Er waren opnieuw veel toeschouwers, een gezellige sfeer en vooral heel wat (140) veelbelovende paarden ingedeeld in springpaarden en-veulens, Brp-veulens en dressuurmerries en –veulens.

De daaropvolgende eerste  BWP-Elite Foal Auction was een voltreffer. Dit op korte termijn organiseren was een stunt!. Een aantal veulens verhuisden naar bekende ruiters, ook in het buitenland.

In totaal zijn ondertussen in het Gewest Moerbeke 59 merrieprijskampen geweest, met één enkele onderbreking wegens corona.
 

Het gemeentebestuur en het plaatselijke feestcomité  van Moerbeke blijven de keuringen steunen en het gewestbestuur kan telkens ook een beroep doen op heel wat vrijwilligers.

Vooral het feit dat ook de jonge generatie goed vertegenwoordigd is in de gewestraad en het –bestuur is veelbelovend voor de toekomst.

Ook na de geplande fusie van Moerbeke met Lokeren blijven er goede vooruitzichten.
 

Het Gewest verandert niet van naam en blijft Gewest Moerbeke. Het streefdoel blijft : VOLHOUDEN en kwaliteitspaarden blijven fokken!

 

                                                                     Voor Verslag: Willy Bruggeman

 

En zo is het tijd om feest te vieren, dit ter gelegenheid van de keuring en eliteveiling op 15 juli 2023.
Deze gaat terug door op het LRV terrein in Moerbeke, Haringslede.
Er worden opnieuw vele paarden verwacht en dankzij de vele sponsors is er 4.500 euro aan prijzen.
Er wordt ook een tentoonstelling opgesteld die de geschiedenis van het Gewest Moerbeke in beeld zal brengen.

We verwachten opnieuw veel deelnemers en een grote belangstelling.

 

Van harte welkom!

 

 

Santorini Van De Spelonck

Dagkampioen 2022

 

Fokker: Peter Moorthamers

 

Eigenaar: Herman Tollenaere & Dylan Stals